Bedrijfswaardering begrippenlijst

Tijdens de twee-daagse leergang Bedrijfsovername krijgt u inzicht in alle aspecten en valkuilen die spelen bij het kopen en verkopen van bedrijven. 

Hieronder vindt u alvast een voorproefje van de begrippenlijst Bedrijfswaardering. Dit is één van de handvatten die u tijdens de eerste van vier modules aangereikt krijgt. 

'A' van Afschrijvingen en Adjusted Present Value (APV)

Afschrijvingen:
Vrije geldstromen worden gecorrigeerd voor afschrijvingen. Afschrijvingen zijn immers kosten die geen uitgaven zijn. Wel rust er op afschrijvingen een zogenaamd belastingvoordeel aangezien deze aftrekbaar zijn voor bijvoorbeeld de vennootschapsbelasting. Bij het bepalen van de vrije geldstroom in een jaar wordt er met afschrijvingen als volgt om gegaan:

     EBIT ( Operationeel resultaat voor belastingen en rente)
- /-  Belastingen over EBIT
      ------------------------------
=    NOPLAT (Netto Operationeel Resultaat Na Belastingen)
+/+ Afschrijvingen
-/-   Investeringen in activa
+/-  Mutatie werkkapitaal
+/-  Mutaties voorzieningen
      ------------------------------
=    Free Cash Flow  (Vrije Geldstroom)

In het geval dat de afschrijvingen dezelfde omvang hebben als de som van investeringen en mutaties werkkapitaal en voorzieningen, zal de vrije geldstroom het zelfde zijn als de netto winst. In de praktijk is dit vaak niet het geval.

APV, Adjusted Present Value:
Waarderingsmethode waarbij eerst de waarde van een onderneming wordt bepaald indien deze uitsluitend met eigen vermogen wordt gefinancierd. Vervolgens wordt aan de hand van de gewenste (c.q. haalbare) verhouding vreemd/eigen vermogen van een potentiële koper, de waarde verhoogd met het belastingvoordeel op rente. Voor het bepalen van de economische waarde van het eigen vermogen van de onderneming wordt van de totale waarde de economische waarde van het vreemde vermogen afgetrokken.

'B' van Beta (ß) en Build up methode

Beta, ß:
De Beta is de factor waarmee de marktpremie wordt vermenigvuldigd, het resultaat wordt opgeteld bij de risk free rate. Hiermee wordt de vermogenskostenvoet voor een onderneming bepaald.

De Beta is afkomstig uit het CAPM (Capital Asset Pricing Model) dat in de jaren 60 werd geïntroduceerd om risico's van aandelen portefeuilles te meten.  De Beta wordt verkregen door over een lange periode dividenden en koersen van een specifiek fonds te vergelijken met de totale beurs. Rekenkundig wordt de Beta van een bepaald aandeel verkregen door over een langere periode de covariantie van de beurs en het individueel aandeel te delen door de variantie van het rendement op de beurs.

De aldus verkregen Beta wordt in de volgende regressielijn gebruikt:

E(r) = Rf + ß(Rpm)

Waarbij: 

E(r) = Verwachte opbrengst voor een specifiek aandeel (vermogenskosten)
Rf = Risk free rate (meestal staatsobligaties met een lange looptijd)
ß = Beta voor het specifieke aandeel
Rpm = Marktpremie

De Beta voor een specifiek aandeel kan verschillende waardes aannemen:

1 ß>1 Indien de totale markt met bijvboorbeeld 5% stijgt zal het aandeel met meer dan 5% stijgen. 
2 ß=1 Indien de totale markt met 5% stijgt zal het aandeel ook met 5% stijgen. 
3 ß<1 Indien de totale markt met 5% stijgt zal het aandeel met minder dan 5% stijgen. 
4 ß<0 Dit is een situatie die weinig voorkomt. In zo'n geval beweegt de koers van het specifieke aandeel in tegengestelde richting van de totale beurs. 

Build up methode:
Methode om de kostenvoet voor het eigen vermogen te bepalen. Aan de hand van op- of afslagen wordt de kostenvoet bepaald. De kostenvoet wordt op deze wijze weergegeven als de som van meerdere componenten.

E(r) = Rf + Rpm + Rps + Rpu

waarin:

E(r)

=

kostenvoet voor het eigen vermogen.

Rf

=

Risk free rate, risicovrije voet, meestal wordt hiervoor het rendement op staatsleningen genomen met een looptijd van minimaal 10 jaar.

Rpm

=

Marktpremie, dit is de premie (rendement) die men eist voor het investeren in aandelen boven de risicovrije premie.

Rps

=

Premie voor het investerenin kleinere bedrijven.

Rpu

=

Premie voor niet-systematisch risico. Dit is de premie voor het specifieke risico dat kleeft aan de investering in het bedrijf. Deze premie kan opgebouwd zijn uit meerdere elementen bijvoorbeeld:
  -  afhankelijkheid van de eigenaar
  -  branche risico
  -  ongunstige verhouding vaste/variabele kosten
  -  afhankelijkheid van beperkte groep afnemers
  -  etc.
Bovenstaande componenten worden bepaald op waarderingsmoment.

'C' van Capital Asset Pricing Model (CAPM), Cash flow en Cost of Equity

CAPM, Capital Asset Pricing Model:
Een model dat in de jaren 60 werd geïntroduceerd om risico's van aandelen portefeuilles te meten (zie ook Beta). Aan de hand van historische analyse over een grote reeks van jaren wordt de gevoeligheid van een specifiek aandeel weergegeven in relatie tot de gevoeligheid van de totale beurs. Een belangrijk uitgangspunt bij het CAPM is dat beleggers in staat zijn om gediversifeerde portefeuilles samen te stellen. Hierdoor gaat het CAPM ervan uit dat beleggers slechts een risicopremie eisen die alleen uitgaat van systematisch risico. Het CAPM en de daarbinnen gehanteerde Beta's zijn voornamelijk toepasbaar bij beursgenoteerde ondernemingen. Een punt van kritiek op dit model is onder andere dat het uitgaat van prijzen (beurskoersen). Er zijn immers veel factoren die een incidentele invloed op de beurskoers van een aandeel kunnen hebben.

Cash Flow:
In dit verband Free Cash Flow, of vrije geldstroom: het bedrag dat jaarlijks door de verstrekkers van het vermogen (eigen en vreemd) aan het bedrijf kan worden onttrokken zonder dat toekomstige vrije geldstromen daarmee in gevaar komen.

De free cash flow wordt als volgt berekend:
   EBIT ( Operationeel resultaat voor belastingen en rente)
- /-  Belastingen over EBIT
      ------------------------------
=    NOPLAT (Netto Operationeel Resultaat Na Belastingen)
+/+ Afschrijvingen
-/-   Investeringen in activa
+/-  Mutatie werkkapitaal
+/-  Mutaties voorzieningen
      ------------------------------
=    Free Cash Flow  (Vrije Geldstroom)

Buitengewone baten en lasten worden buiten beschouwing gelaten evenals opbrengsten en kosten van zelfstandige vruchtdragers.

Cost of Equity:
Kostenvoet (of rendement) voor het eigen vermogen. Deze kostenvoet bestaat uit twee elementen:
1) een risicovrije voet
2) een risicopremie
De kostenvoet van het eigen vermogen kan worden uitgelegd als een zogenaamde opportunity cost. Een investeerder heeft meerdere alternatieven voor het beleggen van zijn vermogen. Het kiezen voor het ene alternatief betekent dat hij het mogelijke rendement op het alternatief misloopt.

Benieuwd naar de D t/m Z van deze begrippenlijst? De volledige lijst is onderdeel van de eerste van vier modules van de leergang Bedrijfsovername. Klik hier voor meer informatie over deze leergang.  

P.s. de leergang Bedrijfsovername is vanzelfsprekend ook als Incompany training mogelijk! Vraag vrijblijvend meer informatie aan.